Wetenschappelijke evidentie

Wetenschappelijke evidentie

De effectiviteit van KPSP is in zes omvangrijke Randomized Clinical Trials aangetoond waarbij in totaal meer dan 1000 patiënten betrokken waren. Vijf studies betroffen mensen met een depressie waarbij de 16 sessies variant is toegepast. In twee van deze (1 in Arkin en 1 in Dimence) bleek KPSP in een rechtstreekse vergelijking even effectief als CGT. De effectsizes in alle studies waren hoog (0.8-1.5). Er zijn geen duidelijke predictoren voor het effect van KPSP gevonden. Ook niet voor bijvoorbeeld opleidingsniveau, leeftijd, ernst van de depressie of co-morbide angst. KPSP is dus breed toepasbaar.

Net als bij andere behandelvormen blijkt bij depressie en op de voorgrond staande co-morbide persoonlijkheidsproblemen een ongunstiger uitkomst. Dat heeft geleid tot een nieuwe RCT bij deze groep waarbij een hogere dosering (25 of 50 sessies gedurende 1 jaar) KPSP of schematherapie zijn vergeleken. Ook hier werden hoge effectsizes gevonden (> 1). Tevens voldeed ruim 60% na de behandeling volgens het SCID-interview niet meer aan de diagnose persoonlijkheidsstoornis. KPSP was in deze studie gelijkelijk effectief aan schematherapie. De 50 sessies variant bleek voor beide vormen effectiever. Effecten bleven behouden na 1 jaar follow up.

Concluderend, KPSP is een aangetoond effectieve behandeling voor een brede groep van patiënten met een depressie. Bij de huidige stand van wetenschap kan het aan de patiënt gelaten worden of zij een voorkeur hebben voor KPSP of een andere vorm van psychotherapie. In geval van op de voorgrond staande co-morbide persoonlijkheidsproblemen blijkt een hogere dosis effectiever.

Belangrijkste studies

  • Kool M, Van HL, Arntz A et al. (2024). Dosage effects of psychodynamic and schema therapy in people with comorbid depression and personality disorder: four-arm pragmatic randomised controlled trial. Br J Psychiatry 225:274-281
  • Miggiels M, Ten Klooster P, Beekman A et al (2025). The D*Phase-study: Comparing short-term psychodynamic psychotherapy and cognitive behavioural therapy for major depressive disorder in a randomised controlled non-inferiority trial. J Affect Disord 371:344-351
  • Van HL, Kool M (2018). What we do, do not, and need to know about comorbid depression and personality disorders. Lancet Psychiatry 5:776-778.
  • Driessen E, Van HL, Twisk J et al (2017). Cognitive-behavioral versus psychodynamic therapy for major depression: secondary outcomes of a randomized clinical trial. J Consult Clin Psychol 85:653-663
  • Driessen E, Van HL, Peen J et al (2013). The efficacy of Cognitive Behavioral Therapy and Psychodynamic Therapy in major depressive disorder: a randomized clinical trial. American J Psychiatry 170:1041-1050.
  • Van HL, Dekker J, Koelen JA et al (2009). Patients preference compared to random allocation in Short-term Psychodynamic Supportive Psychotherapy with indicated addition of pharmacotherapy for depression. Psychotherapy Research 19:205-212.
  • Jonghe de F, Hendriksen M, Aalst et al (2004). Psychotherapy alone and combined with pharmacotherapy in the treatment of depression. Br J Psychiatry 185:37-45.